Andere wereld

Ik was vorige week op een verjaardag van een jeugdvriendinnetje van me. Ik ken haar (S.) al sinds we 8 zijn en we hebben nog steeds contact. Superleuk en bijzonder. Maar, we leven best wel in een andere wereld inmiddels. Niets ten nadele van S. (of mij), maar op die verjaardag besefte ik voor het eerst echt hoe anders ons leven momenteel is.

Stad, relatie, kind

Ik doel niet eens op het wel of niet hebben van een kindje, want dat maakt niet perse dat je in een andere wereld leeft. Nee, het is meer het totaalplaatje. Op een of andere manier heb ik ‘die tijd’ waar zij in zit al gehad, hoewel dat best negatief naar mijn vriendinnetje toe klinkt en zo bedoel ik het dus niet. Misschien is het het wonen in de stad? Het werken in een jong bedrijf? Het hebben van een relatie, maar nog niet samenwonen? Het hebben van een grote vriendengroep van zowel mensen met als zonder een relatie? Ik weet het niet.

Misschien is het toch wel het niet hebben van een kindje, hoewel het wonen in de stad ook een grotere rol speelt dan je zou denken. Nog voor ik zwanger was, besloten Joost en ik dit huis te kopen. We waren klaar met de drukte van de stad, wilden naar de vinexwijk, een gezinshuis kopen. Ik was klaar met mijn studie en ging net als Joost werken. Op kantoor. Mijn bijbaantje in de horeca heeft voor een groot aantal kroegavonden gezorgd en hoewel door het stoppen met mijn horecawerk, de hoeveelheid kroegavondjes minder werd, gingen Joost en ik toch nog wel eens uit. Misschien kwam het door het feit dat een stel waarmee we heel goed bevriend waren, ouders werden? Wij hoefden in ieder geval niet meer de stad in op zaterdagavond om een leuk weekend te hebben.

Toch weer die kinderen die het zo anders maken dan? In dit geval het kindje van onze vrienden. Aan de andere kant: nog voor zij een kindje kregen, brachten we meer zaterdagavonden bij elkaar op de bank door met een filmpje, dan in de stad. Ik houd het er graag op dat Joost en ik die periode ontgroeid waren, nog voor Olivia er was. Maar dat S. en ik in een andere wereld zitten, daar kan ik niet omheen.

Niet erg hoor!

En dat is niet erg, je past je aan wanneer de situatie daarom vraagt. Zij komt op Olivia’s verjaardag en irriteert zich waarschijnlijk aan de vele kinderstemmetjes in huis en plakhandjes aan haar broek. Ik op mijn beurt ga op zaterdagavond naar haar verjaardag, praat over geplande verre reizen en denk bij het zien van een (hartstikke originele) taart van blikjes red bull met in het midden een fles wodka, aan luiertaarten.

Enigszins opgelaten zeg ik om half elf dat ik naar huis ga, omdat ik moe ben. Ik was immers iets na half zeven die ochtend al klaarwakker. Ik heb een leuke avond gehad, ik vond het leuk om mijn vriendinnetje te zien en andere (oud) vriendinnen weer eens te spreken. Ik heb de nieuwe vriend van S. ontmoet, me ingehouden qua showen van foto’s van Olivia en ik heb weer eens een zaterdagavond niet op de bank doorgebracht. Ik ben een avondje ‘uit’ geweest, zonder man, zonder kind.

En hoewel ik durf te zweren dat het voor iedereen op de verjaardag een gewone zaterdagavond was, was hij voor mij speciaal. Ik ging weer eens alleen op stap,  ik heb laten zien dat mama’s ook best nog wel opgedoft op een ‘ander wereldse’ verjaardag kunnen verschijnen en bovenal: ik ‘investeerde’ in onze vriendschap, want andere wereld of niet: goede vriendinnen zijn goud waard.

 

Advertentie