‘Eigen’ huisarts?!

Een tijdje geleden moest ik naar de huisarts. Niks boeiends, geen genante kwesties. Toch zei de assistente dat mijn ‘eigen’ arts geen dienst had en vroeg of ik een andere vrouwelijke arts wilde. Uhm nee, het maakt me niet uit.

Het werd dus een mannelijke arts. Eentje in opleidings zelfs geloof ik. Prima. Hij hielp me verder, daar ging het me om. Manlief had van de week hetzelfde: je eigen arts is er vrijdag pas weer, maar je kunt vanmiddag bij een ander terecht. Goed, geef mij die ander dan maar.

Geen favoriete arts

Vroeger bij mijn ouders hadden we een huisartsenpraktijk met twee artsen. Beiden mijn ‘eigen’ artsen, de ene keer had ik de één, de andere keer de ander. Ik heb één keer mijn voorkeur uitgesproken. Ik ging langs om over de pil te praten en een van de huisartsen was de vader van een klasgenootje op de middelbare school. Tja, die arts wilde ik hiervoor dus niet. De term beroepsgeheim waar mijn moeder me op wees was onvoldoende om toch voor deze, favoriete, arts te kiezen.

Favoriete gynaecoloog

Misschien is het omdat ik niet preuts ben, maar ik vind een mannelijke of vrouwelijke arts geen verschil maken. De gynaecoloog die Olivia ter wereld bracht is een man. Mijn favoriete gynaecoloog. Niet alleen omdat hij een perfecte keizersnede gedaan heeft, ook omdat hij vriendelijk is, rust uitstraalt, interesse toont, Olivia’s naam nog wist toen ik weken later op nacontrole kwam en veel kennis van zaken heeft. De gynaecoloog die mij ‘vrij gaf’ twee dagen na de keizersnede of die andere die ik bij een controle met 38 weken had, vond ik niets.

Toegegeven: toen ik, toen Olivia in stuit bleef liggen, vanuit de verloskundigenpraktijk werd doorverwezen naar het ziekenhuis, heb ik op de website gekeken naar het gynaecologisch team. Hier stonden vier vrouwen en drie mannen op. Ik besprak ‘het hebben van een mannelijke gynaecoloog met Joost’, maar we waren het er al snel over eens dat het gevoel moest kloppen en het belangrijk was dat de man of vrouw kennis van zaken had.

Mijn eerste consult in het ziekenhuis was bij een vrouwelijke gynaecoloog. Ze maakte een echo, concludeerde dat ik voldoende vruchtwater en ruimte voor een versiepoging had en stuurde me door naar de poli. Naar haar mannelijke collega die dienst had. Mijn eerste kennismaking met de begeleider van Olivia’s geboorte was een feit. De versiepoging mislukte, de datum voor de keizersnede werd geprikt en manlief ik hoopten beiden dat deze (mannelijke) gynaecoloog dienst zou hebben op de betreffende dag. Dat had hij.

Eigen huisarts ouderwets

Het hebben van een eigen huisarts is ouderwets, niet meer van deze tijd. Vind ik. Maar het hebben van een eigen gynaecoloog daar in tegen, daar pleit ik voor. Vanwege mijn keizersnede ben ik met een eventuele tweede bevalling verplicht tot een ziekenhuisbevalling, onder medische begeleiding van een gynaecoloog.

Ik wil dolgraag dezelfde man naast mijn bed. Ja echt, een man die mijn hele ‘boeltje’ (weer) van dichtbij bekijkt en mij, op mijn waarschijnlijk meest kwetsbare moment, begeleid, daar teken ik voor. Mijn eigen gynaecoloog, hadden we het maar voor het uitkiezen.

Advertentie