Tot nooit meer ziens

Dat was het dan. Vier maanden in een tuigje. Vier maanden pavlikbandage. De eerste helft zo’n 22 uur per dag, de laatste 6 weken ‘slechts’ 14 uur per dag. En nu ligt ze dus in bed, met losse beentjes. Zonder dat stomme ding om. Heerlijk! En tegelijkertijd: raar, wennen. Het afbouwen was al wennen, maar dit helemaal. Met het naar bed brengen had ik het idee dat ik iets vergeten was. En volgens mij vindt ze het zelf ook wennen. ‘Kroop’ d’r hele bedje door voor het slapen.

Pakken zonder nadenken

Kleding uit de kast pakken zonder nadenken. Hoe moest dat ook alweer? ’s Avonds een rompertje aan doen zonder daar de volgende dag nog aan vast te zitten. Pyamaatjes aan. ’s Nachts en overdag als we een chilldag hebben. Haar stoere spijkerbroekje aan, slapen zonder sokjes.

Mijnlevenalsmama | Geen pavlikbandage meer

Er is niets veranderd aan haar garderobe, nou ja niets: ze is inmiddels ruim uit maatje 62 gegroeid en draagt een combinatie van 68 en 74, maar qua soorten kledingstukken is er niets veranderd. En tegelijkertijd toch zoveel. De leggings bijvoorbeeld. Die liggen er nog. En die gaat ze ook nog dragen, enerzijds omdat we in maatje 68 maar 2 joggingsbroekjes hebben en ik voor die hooguit 6 weken geen extra joggingsbroekjes erbij ga halen (in 74 heb ik er namelijk al zat liggen). Anderzijds omdat leggings gewoon leuk staan. Met een oversized shirtje of met alleen een rompertje als de temperatuur het toelaat. Haar garderobe is hetzelfde, de manier waarop ik hem zie is anders. Er is weer vrijheid.

Bewaren of  weggooien?

De keuze is gemaakt. Door manlief. Ik kon het niet. Ik had het tuigje al bijna met de witte was mee gewassen. Niet om hem tot in de eeuwigheid te bewaren, maar in iedergeval tot de nacontrole eind juni. Maar waarom? De middenbandjes vielen van ellende bijna uit elkaar en omdat mevrouw zo hard groeit, zou ze waarschijnlijk toch over moeten naar een grotere maat pavlikbandage. En toch wilde ik hem bewaren. En nu ligt hij in de prullenbak. Of nee, erger nog: de vuilniszak zat vol en is inmiddels in de ondergrondse container gegooid.

Olivia’s pavlik is weg, Olivia’s heupdysplasie ook. Althans, daar gaan we vanuit. De orthopeed was duidelijk begin april: de heupkom is goed gevormd, er begint al kraakbeen te ontstaan en 6 weken afbouwen is voldoende. De dysplasie komt niet meer terug als de heupkom eenmaal goed gevormd is. En daar moet ik, hoe moeilijk ook, op vertrouwen. De orthopeed heeft ervoor gestudeerd, mama niet.

Advertentie